Ruña ‘t Hart

Violiste

Activiteiten

Biografie

Ruña ‘t Hart (1992) begon op tweejarige leeftijd met vioolspelen. Vanaf haar 10e studeerde ze bij Coosje Wijzenbeek en een jaar later werd ze toegelaten tot de afdeling jong talent van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Ruña speelde jarenlang in de Fancy Fiddlers, een strijkers ensemble bestaande uit leerlingen van Coosje Wijzenbeek en cellisten van docente Monique Bartels, de laatste jaren mocht Ruña de groep aanvoeren.

Als lid van de Fancy Fiddlers kreeg Ruña de kans om samen te werken met musici als Janine Jansen en Menahem Pressler en op te treden in zalen als het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam.

Vanaf september 2011 studeert Ruña aan het Conservatorium van Amsterdam bij Vera Beths.

Ruña heeft diverse cursussen gevolgd waaronder Meisterkurz Kloster Schöntal, Stringtime Niederrhein Goch, Ftan Zwitserland, Master Classes Chamber Music Apeldoorn, Music Alp en de Internationale Musikakademie im Fürstentum Liechtenstein.

Ze kreeg masterclasses van o.a. Liza Ferschtman, Philippe Graffin, Stephan Picard, Stanley Hoogland, Jurgen Kussmaul en Anner Bijlsma.

Vanaf 2009 speelt Ruña in het Antoninkwartet, samen met Shin Sihan, Robin van Gameren en Amke te Wies. Met dit kwartet en andere ensembles geeft ze concerten door heel Nederland.

Ruña is ook lid van het Ensemble Esperanza, een pas opgericht kamerorkest, bestaande uit musici die aan de Internationale Musikakademie im Furstentum Liechtenstein hebben gestudeerd.

Ruña werd uitgenodigd om in verschillende festivals te spelen, zoals het kamermuziekfestival Utrecht, het festival ‘Next generation’ in Bad Ragaz, Zwitserand, het Grachtenfestival Amsterdam en de Internationale Fredener Musiktage in Freden, Duitsland.

Als soliste trad Ruña op met werken van Mozart en Schubert.

Ruña speelt met een viool van de Italiaanse bouwer Landolfi en een strijkstok van de Franse bouwer Bazin. Ze heeft deze viool en stok in haar bezit kunnen krijgen door hulp van Stichting Eigen Muziekinstrument, het Dorrie Stoopfonds en het prins Bernhard Cultuurfonds.